Leg je een stuk kaas in de koelkast? Dan bewaar je deze het liefst op de korstzijde. Gewoon, netjes op de jas van de kaas zelf.
Waarom?
De korst is de sterkste kant van de kaas (naast de smaak natuurlijk). Die beschermt de kaas en kan een stootje hebben. Het aangesneden deel van de kaas verliest als eerste vocht en kwaliteit, zoals bij een hardloopwedstrijd die te snel van start gaat. Het Voedingscentrum raadt aan kaas gekoeld en gesloten te bewaren, bij voorkeur in kaaspapier of folie om zweten en kwaliteitsverlies te beperken.
De logica is simpel. Zet je kaas op de korstzijde, dan ontzie je precies het deel waar smaak, smeuïgheid en structuur het snelst achteruitgaan. Zeker bij harde en halfharde kazen, zoals Goudse, belegen of oude kaas, is dat een handige gewoonte.
Maar let op, de ijskast is dan wel koud, maar ook verraderlijk. Te droog op de ene plank, te vochtig op de andere, vol geurtjes van kliekjes van gisteren en eergisteren. Kaas is een geurspons. Daarom bewaar je hem niet los, maar ingepakt, en liefst rond de 4 graden. Bij die temperatuur groeien bacteriën en schimmels het minst snel.







